ATELIER ROB VREESWIJK
Architectuur, Interieur en Meubel
Hofjeswoning in Den Haag
Hofjeswoning in Den Haag
Historisch gezien zijn er een aantal typen hofjes te onderscheiden: liefdadigheidshofjes, exploitatiehofjes en sociale woningbouwhofjes. De liefdadigheidshofjes kennen we als een mooi aangelegde gemeenschappelijke (kijk)tuin omzoomd met kleine, knusse huisjes voor alleenstaande oude dametjes. Opgezet door liefdadigheidsinstellingen, kerken of vermogende mensen met een sociaal, che instelling. Meestal vallen deze onder monumentenzorg. De exploitatiehofjes is tegenovergesteld aan de liefdadigheidshofjes. Door de volkstrek tijdens de industriële revolutie naar de steden werd het woningtekort 'opgelost' door het volbouwen van binnenterreinen met kleine huisjes met minimaalste voorzieningen. Deze huisjes werden gebouwd om er aan te verdienen. Dit type hof hield in het begin van de twintigste eeuw op te bestaan omdat een dergelijke vorm van uitbuiting werd verboden, mede door de intreding van de bouwverordening in 1906. De sociale woningbouwhofjes zijn een voortzetting van de liefdadigheidshofjes, echter met een versoberde uitvoering. Woningbouwstichtingen ontfermde zich over de slechte huisvesting en bouwde eenvoudige huisjes op de grote binnenterreinen in de stad. De doelgroep was toch de arbeider die weinig geld verdiende. Het Prins Hendrikhof aan de Prins Hendrikstraat in Den Haag is in 1887 met deze doelstelling gebouwd. Een poort in de gevelwand van statige huizen aan de Prins Hendrikstraat leidt naar een straatje met twee rijen huizen tegenover elkaar. Opdrachtgever toen was J.H.T. Nieuwmeijer. De oorspronkelijke huisjes bevatte een kamer met daarachter een alkoof, een portaaltje en een trap naar boven. Op de zolder zijn aan de voorzijde twee kamertjes gemaakt. De keuken met een tuintje ernaast bevindt zich aan de voorzijde in een uitbouw. Door de slechte staat van de huisjes zijn zelfs een deel gebruikt als bedrijfsruimte. De laatste jaren zie je een verschuiving van het bewonersgenre. De functie van sociale woningbouw verschuift zich naar 'het dorpse wonen in de stad'. Door deze verschuiving komt er een hele nieuwe doelgroep bewoners in het hof. Kunstenaars, meubelmakers, muzikanten, architecten, advocaten, boekverkopers e.d.; soms in 1 huisje. Bemiddelde kopen er 2 en breken ze door.
    

In de bestaande situatie was aan de keuken, de douche geplaatst, een onhandige plek aangezien de 2 kleine slaapkamers zich op de verdieping bevonden. In de woonkamer was in de hoek en trap geplaatst met hieronder een toilet. Tezamen met de schouw was de indeling van de woonkamer beperkt. Bij het bovenkomen was de hoogte achter de trap te laag om er te staan. Hier was een bergingkast gemaakt en een bureau geplaatst zodat hieraan alleen zittend kon worden gewerkt. De beide slaapkamers waren maar op 1 manier in te richten. In de wasruimte is alleen plek voor een wasmachine en een wastafeltje.
    


Beperking van de woning was het weinige daglicht op de begane grond. De hofjeswoningen zijn eenzijdig georiënteerd en hebben aan de achterzijde geen ramen. Het negatieve aspect van daglicht vanuit 1 zijde (de huisjes hebben een gesloten achtergevel) is opgelost door een deel van de 1e verdiepingsvloer te verlagen waar een nieuwe 'trap in een kast' is gemaakt. Door deze oplossing valt er daglicht vanaf de verdieping tegen de gesloten achterwand naar beneden en heeft zo een loftachtig benadering van licht en lucht.
  


Bij de verandering van het interieur is tegen de achterwand een kast gemaakt over de volledige hoogte van het huisje. De diepte van deze kast is bepaald door de diepte van de wasmachine om zoveel mogelijk ruimte over te houden voor de leefruimten. In deze kast is de trap naar de 1e verdieping opgenomen, een garderobe, een plek voor de wasmachine, de douche, de c.v.-ketel en m.v. box en veel bergruimte. Dit is het enige bouwkundige element in de woning. Door in deze kast de rechte steektrap te maken kon er geen aansluiting worden gemaakt met de bestaande verdiepingsvloer omdat de breedte van de woning niet toereikend is. Naast de trap is dan ook een omloop gemaakt die lager is dan de bestaande 1e verdiepingsvloer. Door dit hoogteverschil ontstaat er een ruimte tussen deze beide vloeren waardoor het relatief vele daglicht van de 1e verdieping achter op de begane grond terecht komt. Hierdoor ontstaat er een nieuw soort ‘doorzon’woning waarvan het licht van bovenkomt i.p.v. achteren. Via de omloop is de douche, de c.v.-ketel en de bergruimte bereikbaar. Door het plafond van de trap ook als trap uit te voeren wordt een 2e verdieping gesuggereerd en krijgt de woning een gefantaseerde grootte.
  


Alle wanden op de 1e verdieping zijn weggehaald om zoveel mogelijk ruimte te maken. Eén meubelstuk midden in de ruimte bevat het 2-persoonsbed, een ligbad en de wastafel. De hoogte van dit meubelstuk wordt bepaald door het gebruik van de wastafel vanaf de omloop. De beide loopruimtes naast het bed zijn te klein om een standaard kledingkast te plaatsen. Om de ruimte zo ‘heel’ mogelijk te laten zijn hier, aan beide zijden, kledingkasten gemaakt van 30 cm. diep; vrij van de vloer en vrij van het plafond. Ook het rookkanaal is in deze kast opgenomen. Aan de kastdeurtjes zijn ritmisch de vele handdoekhaakjes gemonteerd waardoor gedragen kleding geordend kan worden opgehangen.
   


De wastafel (Starck X van Duravit)en het bad ( New Haven van Villeroy en Boch) maken gezamenlijk gebruik van één kraan. Deze kraan (Minta van Grohe) is eigenlijk een keukenkraan maar de enige met een lange uitloop, 360 graden draaibaar en voorzien van een uittrekslang om in bad te gebruiken.
  


Het toilet op de begane grond is voorzien van een dubbele deur. Met de 1e deur wordt de woonkameropening afgesloten en met de 2e deur het toilet zelf. Om de kleine keuken zo ruim mogelijk te laten is een gedeelte onder het keukenblad (in de hoek) open gelaten, zijn er geen bovenkastjes geplaatst en is de afzuigkap in het verlaagd plafond opgenomen d.m.v ventilatieroosters met filterdoek. Om toch voldoende opslag in de keuken te  maken is naast het toilet een apothekerskast gemaakt (welke ook als geluidbuffer fungeert). Achter deze apothekerskast is de close-in boiler geplaatst en zijn 2 zijkastjes gemaakt (1 naar het toilet en 1 naar de keuken). De keukenkastjes zijn gemaakt van berkenmultiplex welke zijn ‘behandeld’ met een electrische schaaf voorzien van een schaafkop met spiraalmessen. Hierdoor worden de verschillende lagen in het berkenmultiplex zichtbaar gemaakt en krijgt dit relatief goedkope materiaal een speciaal uiterlijk.
   


De trap en de vloer van de omloop zijn gemaakt van ‘stabilo-massief’. Dit is een houten plaat van kruislings verlijmde naaldhout-latjes met aan beide zijde een toplaag van 3 mm. mdf. Deze platen zijn stijf, licht, stabiel, goedkoop en makkelijk af te werken. De trap en de omloop zijn dan ook afgewerkt met een toplaag van 2,8 mm. dikfineer, speciaal voor vloeren. 
De afzuigkap is niet meer dan 4 ventilatieroosters in het bestaande verlaagde plafond van de keuken. Buiten op het dak is een afzuigventilator geplaatsts die is aangesloten op deze roosters. in de roosters zijn filters geplaatst die verwisseld kunnen worden.
  


Om de ruimtelijkheid van de kleine woonkamer te bewaren zijn een aantal meubels ‘ontworpen’. De tafel is een 8 cm. dikke, massieve eikenhouten plank, natuurlijk gekromd en nog met schors. Dit blad is op zijn zwaartepunt ondersteund met één r.v.s.-buis van Ø 3 cm en aan de muur torsie-vast gemonteerd met een stalen hoeklijn. De natuurlijke kromming zorgt ervoor dat de tafel de kamer indraait en de garderobekast makkelijk bereikbaar is.

   


Ook de boeken staan in ‘geen’ kast; een stalen console draagt de boeken en zijn de teksten op de ruggen leesbaar zonder je hoofd te draaien.
  
 
 
In de linkertekeningen is de bestaande situatie aangegeven, in de rechtertekeningen de nieuwe situatie.